Plaatsbepaling en tijdmeting

1. Lengte en breedte

Om een nauwkeurige plaatsbepaling mogelijk te maken is het aardoppervlak via een denkbeeldig lijnenstelsel verdeeld in grote blokken. Van Noord- tot Zuidpool zijn 360 lijnen getrokken. Parallel aan de evenaar kruisen 180 breedtelijnen deze 360 lengtelijnen.

Als begin van dit lijnenstelsel werd in 1884 de lengtelijn aanvaard die door het observatorium van Greenwich bij Londen loopt: de 0-meridiaan. De 180 lijnen in oostelijke richting heten oosterlengte, de 180 lijnen in westelijke richting noemt men westerlengte. Samen met de twee maal 90 breedtelijnen (noorderbreedte en zuiderbreedte) is via deze blokindeling plaatsbepaling mogelijk.

Nauwkeurig is aan te geven waar bijvoorbeeld iemands geboorte- of woonplaats zich bevindt. In vele atlassen wordt dit stelsel van cordinaten gebruikt, hoewel tegenwoordig bij kaarten (vooral voor toeristisch gebruik) vaak ook een blokindeling in kilometerlijnen gehanteerd wordt. Amsterdam bijvoorbeeld ligt ruwweg op ruim de 52e lijn ten noorden van de evenaar, en op de 5e lijn ten oosten van Greenwich. We noemen dit: Amsterdam ligt op ruim 52 graden noorderbreedte en bijna 5 graden oosterlengte.

Elk blok is weer onderverdeeld in kleinere lengte- en breedte-eenheden, minuten genaamd (1 graad is steeds 60 minuten). Daarmee is de locatie van Amsterdam (centrum) nog nauwkeuriger te bepalen: 5223' NB en 456' OL. Elke minuut is weer onderverdeeld in 60 seconden, waarmee een nog verfijndere plaatsbepaling mogelijk is.

2. Lengte en tijd

Het woord minuut is niet voor niets gekozen. De lengtelijnen hebben namelijk een directe relatie met tijd en tijdmeting. Dat kan als volgt verduidelijkt worden.

De aarde draait rond haar as in oostelijke richting. Vanuit Nederland gezien is het in het oosten later dan in Nederland: de dag in Azi is voor een deel al voorbij. Vanuit Azi gezien staat de zon immers al in het westen en is bezig onder te gaan. In het westen, in Amerika, ziet men de zon boven Nederland in het oosten staan. De middag die bij ons langzaam aan het voorbijgaan is, moet daar nog komen. De aarde draait, maar het lijkt alsof de zon over ons heen trekt. Elke 4 minuten passeert de zon een van de 360 lengtelijnen.

Als de zon overdag het MC (Medium Coeli, zijn hoogste punt) bereikt, noemen we dat: 'het is 12 uur'. We kunnen dat ook algemener uitdrukken: het is 12.00 uur 's middags als de zon op de lengtelijn waarop de waarnemer zich bevindt op zijn hoogste punt staat. We zeggen dan: de werkelijke plaatselijke tijd (WPT) is 12.00 uur.

Amsterdam ligt op bijna 5 graden oosterlengte. Nu de zon elke 4 minuten n lengtelijn passeert op zijn weg naar het westen, is het in Greenwich nog geen 12 uur, zoals in Amsterdam, maar pas ongeveer 5 x 4 = 20 minuten vroeger, dus pas 11.40 uur. Vanuit Greenwich kijkend naar het westen staat de zon immers nog in het oosten, en heeft nog niet zijn hoogste punt bereikt. Ten opzichte van Greenwich heeft Amsterdam dus een WPT van +20 minuten. We zeggen daarom kortweg: de WPT van Amsterdam is +20'.

In New York, dat op 74 graden westerlengte ligt, kijkt men op dat moment ook naar het oosten, naar de zon, die nog laag aan de hemel staat. In New York is het dan nog heel vroeg: 12 uur min (74 x 4 minuten = 296 minuten =) 4 uur en 56 minuten, ofwel 7.04 in de ochtend. De WPT van New York is dus -4u56'.

3. Tijdzones

In de tijd van de trekschuit kon elke stad en elk dorp zijn eigen WPT aanhouden. Met de komst van trein en telegraaf werd dat al lastiger. Men begon in te zien dat er een standaardtijd vastgesteld moest worden. Op een congres in Rome in 1883 werden hierover de eerste afspraken gemaakt en vanaf 1904 werd een stelsel van vaste tijdzones ingevoerd.

Aan weerszijden van elke 15e lengtegraad werd een sectorindeling ontworpen, waarvoor men overeenkwam dat de klok precies een uur zou verschillen met de volgende sector. Vanaf Greenwich gerekend zijn er dus 12 tijdzones naar het oosten - waar het per zone dus steeds een uur later is dan in Greenwich - en 12 tijdzones naar het westen, waar het per zone dus steeds een uur vroeger is dan in Greenwich. Deze 24 tijdzones hebben ieder hun eigen naam. Nederland paste zich echter niet aan bij dit algemene stelsel, maar besloot in 1909 voor het hele land Amsterdamse Tijd in te voeren, die in 1937 vervangen werd door de iets nauwkeuriger Loenense Tijd. Een tijdverschil met Greenwich dus van 20 minuten. Sedert 16 mei 1940 houdt Nederland de Midden-Europese Tijd (MET) aan, de tijdzone van 15 graden oosterlengte.

Als de klok in Amsterdam (en globaal gesproken in heel Nederland) 12.00 uur aanwijst, staat de Zon dus niet pal in het zuiden! Dat is pas het geval als de klok 12.40 aanwijst. Het tijdverschil tussen Greenwich en Amsterdam is dan immers na 20 minuten precies een uur, het uur dat Tijdzone 0 (Greenwichtijd) maakt met Tijdzone 1 (Midden-Europese Tijd).

De ontworpen kunstmatige tijdindeling is een handige rekeneenheid om het tijdverschil op aarde te hanteren in het drukke internationale reis-, communicatie- en handelsverkeer. De tijdzone-indeling heeft echter in de loop der jaren heel wat correcties gekend via (tijdelijke) zone-aanpassing, oorlogstijden en halve, hele en dubbele zomertijden. Het is dan ook een zorgvuldig werkje om de kloktijd in een bepaalde zone in een bepaald jaar terug te brengen tot de uniforme Greenwichtijd. Deze verhouding van kloktijd tot Greenwichtijd is met name. van belang voor de astrologie. Voor een juiste berekening van een horoscoop is de zogenaamde GMT (Greenwich Mean Time) onmisbaar. Zonder deze tijd is het niet mogelijk de positie van Zon, Maan en planeten in de dierenriem te berekenen.

4. Zomertijd

Het hanteren van zomertijd is bedoeld om 's avonds een uur langer van het daglicht te kunnen genieten. In Nederland en sommige andere Europese landen werd vr en in de Tweede Wereldoorlog zomertijd aangehouden, maar niet meer tussen 1945 en 1977. In dat laatste jaar werd in Europees verband opnieuw zomertijd ingevoerd. De klok wordt nu elk jaar op de laatste zondag van maart te 2.00 uur 's nachts een uur vooruitgezet, en op de laatste zondag van september (t/m 1997) om 3.00 uur weer een uur teruggezet. In 1998 werd besloten de zomertijd in de Europese Unie te laten eindigen op de laatste zondag in oktober, iets wat Engeland en Ierland altijd al deden.

Zomertijd invoeren wil in feite zeggen dat men tijdelijk de tijdzone overneemt van de naastgelegen oostelijke tijdzone. In het geval van Nederland is dat Oost-Europese tijd. De meridiaan van 30 graden OL loopt ongeveer over St. Petersburg en Tsjernobyl. Je kunt dus zeggen, dat Europa 's zomers leeft op Tsjernobyl-tijd! Dit heeft tevens tot gevolg, dat de zon 's zomers in Nederland 's middags niet om kloktijd 12.00 uur pal in het zuiden staat, maar pas om 13.40 uur!

5. Internationale datumgrens

Als het in Greenwich 12.00 uur 's middags is, is het aan de andere kant van de aarde, 180 graden verderop, midden in de Stille Zuidzee, precies middernacht. Op deze lengtelijn vindt de datumwisseling plaats, zij het dat de datumgrens in het zuiden van de Stille Oceaan enkele honderden kilometers naar het oosten verschoven is. Daardoor vallen de Tonga-eilanden, de Kermadec-eilanden en de Chatham-eilanden, die zich in feite oostelijk van de 180 gradenlijn bevinden, toch ten westen van de datumlijn.

Volgens deze in 1884 gemaakte internationale afspraak is het vanaf de datumlijn in westelijke richting (naar Azi toe) steeds 1 dag later dan in oostelijke richting (naar Amerika toe). Dit heeft tot gevolg dat men bij het reizen van Azi naar Amerika toe n dag wint: twee dagen achter elkaar is het dezelfde dag van de week. Aan dit verschijnsel dankte Phileas Fogg het winnen van zijn weddenschap in Jules Vernes De Reis om de Wereld in 80 Dagen. Reist men van Amerika naar Azie, dan verliest men een dag: op 29 april volgt dan direct 1 mei en moet men het als Nederlander zonder Koninginnedag stellen.

In de Noordelijke Beringzee bevinden zich twee eilanden waar men 'gisteren' of 'morgen' letterlijk kan zien. De datumlijn loopt precies in het midden van de 4 kilometer zee die het Russische eiland Grote Diomede scheidt van het Amerikaanse eiland Kleine Diomede.

In het zuiden van de Stille Oceaan loopt de datumgrens over het eiland Tavauni, dat bij de Fiji-eilanden hoort. Op de grens heeft men een bord geplaatst, zodat de toerist een foto kan laten maken met het ene been in maandag en het andere been in dinsdag.

Ingewikkeld was een tijdlang de situatie in Kiribati, gelegen ten noorden van Tonga. Dit land ontstond in 1979 door een samenvoeging van enkele rond de datumgrens gelegen groepen eilanden. Het gevolg was dat de datumgrens dwars door de nieuwe republiek heen liep. In de hoofdstad Bairiki, die zich bevindt op het oostelijk van de datumgrens gelegen eiland Tarawa was het steeds een dag later dan op de overige eilanden van de republiek, die zich ten westen van de datumlijn bevinden. Pas in 1993 besloot de regering van Kiribati het gehele land onder het 'datum-regiem' van de hoofdstad te brengen.

Litteratuur:

Jack F. Chandu, Achtergronden van de Astrologie (deel 1), Uitg. Ankh-Hermes, Deventer 1982.

 

J.J.Th. Taks, Genealogisch Onderzoek en de kloktijd, Gens Nostra 1993, pag. 492 e.v.


Sluit venster / Terug naar Varia

Pagina bijgewerkt op 15-12-2003
Opmerkingen of niet werkende link: webmaster@ariesastro.nl